We groeien op met het idee dat we sommige dingen anders zullen doen dan onze ouders.
Je gaat niet zo hard werken.
Je gaat meer “nee” zeggen.
Je gaat wél meer je verdriet uiten.
En dan word je op een dag wakker en realiseer je dat je precies bent geworden wat je eigenlijk niet wilde. Ondanks al je verzet en goede intenties:
- Werk je toch hard.
- Vind je het moeilijk om je grenzen aan te geven.
- Heb je moeite om je emoties te uiten.
Waarom?
Omdat we op onbewust niveau leren, door te spiegelen aan onze omgeving.
Je kunt zeggen: dat ga ík anders doen
Maar wat heb je daadwerkelijk geleerd?
Het is logisch dat je precies doet wat je ouders deden.
Je doet precies wat je hebt geleerd.
Eigenlijk ben je dus een goede student! 😉
Dus als ik op een avond weer de neiging heb om te lang door te werken, met nog een lange to-do lijst, glimlach ik. Ja, dat deed mijn vader ook altijd. En ja, dat doe ik soms ook nog.
Dus het is belangrijk om te kijken naar vanuit welke intentie je het anders wil doen.
Is het vanuit zachtheid of vanuit verzet?
Verzet creëert binding.
Als je als kind je ouders slechts gedeeltelijk accepteert, is de kans groot dat je als volwassene datgene overneemt waar je het meest bang voor bent.
Dus waar ben je het meest bang voor?
Wat wilde je niét overnemen van je ouders?
En kun je met zachtheid kijken, als dit niet is gelukt?
Tijdens een opstelling kijken we naar de invloed van het systeem en de herkomst. Door tijdens een opstelling de ouders te aanvaarden, ongeacht wat zij hebben gedaan of nagelaten hebben, ontstaat er ruimte om een andere beweging te maken.


